Dit aantal komt ook uit de onderzoekenreeks De Staat van de Stad Amsterdam (O+S). Het aandeel is sinds 2000 redelijk constant (2008: 34%, 2006: 31%, 2004: 35%, 2002: 30%, 2000: 32%).
De meeste vrijwilligers zijn actief voor sportverenigingen (16% van de vrijwilligers), daarna voor maatschappelijke organisaties (13%) of voor scholen of crèches (12%).
Amsterdammers van niet-Nederlandse herkomst doen minder vaak vrijwilligerswerk dan autochtonen (niet-westers: 20%, westers 31%, autochtoon 39%). Dit wordt bevestigd door het onderzoek Staat van de Stad.
Daarnaast geldt hoe hoger de gevolgde opleiding, des te vaker men vrijwilligerswerk doet (ongeschoold 11%, laaggeschoold 22%, middelbaar geschoold 30%, hooggeschoold 41%). Dit komt ook in De Staat van de Stad naar voren.
Potentiële vrijwilligers: ruim een derde deel
Drie van de tien Amsterdammers willen zeker geen vrijwilligerswerk doen (28%), een derde deel doet al vrijwilligerswerk en ruim een derde deel zou eventueel wel vrijwilligerswerk willen doen bijvoorbeeld als hij of zij daar voor wordt gevraagd (35%, inclusief diegenen die zeggen ‘’dat ligt eraan’’), waarvan 6% zeker.
Dat komt neer op ruim 213.000 potentiële Amsterdamse vrijwilligers van 18 jaar en ouder, waarvan ruim 36.000 zeggen zeker actief te willen worden.
Actiefals vrijwilliger of dat (eventueel) willen worden (procenten)
- al actief 33%
- wil zeker niet 28%
- wil misschien wel 11%
- dat ligt eraan 18%
- wil zeker actief worden 6%
- weet niet, geen antwoord 3%
Mensen met betaald werk zijn meer geneigd om (eventueel) vrijwilligerswerk te doen dan mensen zonder werk. De jongere leeftijdsgroepen zijn hiertoe ook meer geneigd dan de oudere leeftijdsgroepen. Niet-westerse allochtonen zeggen relatief vaak het niet te weten, evenals ongeschoolde Amsterdammers. In het algemeen geldt: hoe hoger de opleiding, des te eerder men geneigd is vrijwilligerswerk te willen doen.
Bronnen
Wmo Nulmeting, gemeente Amsterdam, december 2009
Staat van de Stad, gemeente Amsterdam
_1.jpg)




